De plot-achter-de-plot

Hard-boiled Noir 30s 40s‘A mystery writer, alas, thinks of murdering somebody, most of the time’ – James N. Frey

Veel thrillers zijn eigenlijk moordmysteries met toegevoegde thrillerelementen. De basis van een mysterie is een hoofdpersoon die één (of meerdere) moorden probeert op te lossen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de boeken van Karin Slaughter en natuurlijk de ‘whodunits’ van Agatha Christie. ‘Echte’ thrillers bevatten vaak meer actie, zijn ‘sneller’ geschreven en de hoofdpersoon is continu in gevaar. De romans van Charles den Tex en Lee Child (Jack Reacher) zijn goede voorbeelden. Sommige romans (en films en tv-series) combineren beide genres. Harry Hole is een inspecteur die moorden oplost in de boeken van Jo Nesbø, maar zelf regelmatig onder vuur ligt. Ook series als ‘The Killing’ en ‘The Bridge’ zijn in de basis mysteries met toegevoegde thrills, wanneer bijvoorbeeld de hoofdpersonen zelf in gevaar komen.

‘NMM’ is in eerste instantie een moordmysterie. Het gaat over Madeline Finn die geconfronteerd wordt met de moord op een jonge vrouw. Hoe dieper zij in de zaak verzeild raakt, hoe thrillerachtiger het boek wordt. Maar qua structuur is het ontegenzeggelijk een mysterie. Qua plot benader ik het verhaal als een echte ‘whodunit’: Wie is de dader? Hoe denkt hij (of zij) ermee weg te komen en op wie probeert de dader de verdenking te laden.

How toPlotten kost bij een (moord)mysterie extra veel voorbereidingstijd, want mysteries hebben naast de plot, ook een plot-achter-de-plot. In het boek ‘How to write a damn good mystery’ van James N. Frey, schrijft Frey dat niet de schrijver, maar de moordenaar de auteur van de plot-achter-de-plot is. ‘Dat is het verhaal van de moordenaar: waarom hij of zij moordt, hoe hij of zij moordt, en hoe hij of zij ermee weg denkt te komen.’

Dat is overigens weer iets anders dan een A- en een B-plot. Een B-plot is een tweede verhaallijn die naast het hoofdplot loopt. Om te zien hoe dat werkt, hoef je alleen maar naar een willekeurige Amerikaanse tv-serie te kijken. In bijvoorbeeld ‘Bones’ is er altijd de A-plot – de moord die opgelost wordt door Booth en Bones – en de B-plot, die meestal over een van de bijfiguren gaat en thematische overeenkomsten vertoond met de hoofdplot. In boeken is er soms zelfs sprake van een C- en een D-plot.

Een plot-achter-de-plot is iets anders. Het verhaal-achter-het-verhaal krijgen jullie nooit te lezen, maar het is essentieel voor mij om het boek te kunnen schrijven.

(Dit blog verscheen in een andere vorm eerder op Stoerboek.nl)